
.jpg)

Lichaamstaal, of hoe zeg ik het mijn baas
Luid gillen - Pijn, maar ook doodsangst. Kleine
babykonijntjes durven wel eens gillen als ze voor
het eerst worden opgepakt.
Zachtjes fluiten - Laat me met rust
Zacht blazen - Pas op Meneertje, je werkt op mijn
humeur. Ik ga aanvallen...
Brommen - Ja, nu ben ik goed kwaad en moet dus wel
aanvallen, wat denk jij wel!
Tandenknarsen - Hevige pijn
Lusteloos- Ook hevige pijn of flink ziek
Zachte maalgeluidjes tijdens het knuffelen - Hé dat
is lekker, ga es door
Met z'n neus porren - Bewijs van sympathie : jou mag
ik wel, jij bent een lieverd
Likken - Voor zweet, er zit goed zout voor 'm in
Met z'n kop stoten - Laat me toch met rust, jij
Aan z'n etensbak trekken - Honger!!! Waar blijft
mijn eten
In je vinger bijten bij voeden - "Schiet nou eens
op!!!" Wat kan jij treuzelen, man!
Graven - Ze willen een holletje graven.
Met achterpoten stampen - Andere konijnen
waarschuwen voor gevaar.
Op z'n achterpoten gaan staan - Alert en
nieuwsgierig
Met z'n oren slaan - Blijheid
Plat op de grond liggen - Hij voelt zich prettig en
rust uit.
Pootjes onder z'n lichaam trekken - Hij is gestoord
in z'n situatie(klaar om weg te springen)
Gespannen houding - Klaar om aan te vallen
Met z'n onderkin ergens overheen wrijven -
Territorium afzetten
Rollen op de rug of zijden - konijn voelt zich
heerlijk
Overal keutels deponeren - Visitekaartje achterlaten
voor soortgenoten: ik was hier eerst. Dus ook
afbakening van territorium